Avoriaz, waar de architectuur haar tijd vooruit is

In het hartje van de Portes du Soleil kunnen alle skioorden zich met recht “authentieke dorpjes” noemen. Allemaal, behalve Avoriaz. 50 jaar geleden werd het door drie dertigers met een visie vanaf de grond opgebouwd, en vandaag heeft het zijn internationale uitstraling te danken aan zijn futuristische architectuur.

Jaren 1960, back to the future. Een zekere Olympische skikampioen uit Squaw Valley kreeg een gek idee. Namelijk om zijn sportcarrière op te geven om een ultramodern skioord te bouwen, zonder auto’s. Sterker nog, in een witte woestijn op 1800 meter hoogte (de sneeuw blijkt daar ideaal te zijn). Jean Vuarnet, slechts 27 jaar oud, was zo'n onbevreesde utopist. Vastberaden schaarde hij de besten om zich heen. Als eerste Gérard Brémond, een getalenteerde bouwpromotor van zijn eigen leeftijd, die hem bijstond met zijn knowhow en de nodige middelen. Daarna was het de beurt aan de gedurfde architect Jacques Labro, die net de Prix de Rome had gewonnen (en ook slechts 26 jaar was) om de plannen van het toekomstige ruimteschip uit te tekenen.

Na zes jaar van werken en het nodige ongeduld, leek Avoriaz op geen enkel ander skioord. In 1966 werd de droom werkelijkheid. Een architecturaal meesterwerk, dat een totale breuk vormde met het bestaande, was geboren.

“Hier behoort het landschap aan de architectuur toe en behoort de architectuur aan het landschap toe door zich ermee te identificeren.”, Jacques Labro.

De nagebootste esthetiek van Avoriaz

Hoog op een duizelingwekkende rots smelt het skioord inderdaad instinctief samen met zijn omgeving. Niets is recht, alles is schuin. Als een verwijzing naar de eindeloze skipistes in de besneeuwde Alpen. De nabootsing komt ook terug in de geometrie van de ramen, de daken, de hellende gevels en zelfs de kleuren van de materialen.

Avoriaz, volledig uit hout opgetrokken, vertoont een uniek silhouet waarin ieder bouwwerk, ingeplant in functie van het reliëf, urbanistische en architecturale moderniteit uitademt. In deze “organische” stijl van Jacques Labro is een hoofdrol weggelegd voor curves, die contrasteert met de stadse strakheid van de traditionele chalets van die periode.

“De daken van de gebouwen worden gevels die de vloeiende bewegingen van de omgeving volgen.”

Avoriaz is niet enkel een revolutionair skioord, maar beschikt ook over een onstuitbare troef: 100 % skimobiliteit. Weg met de auto, de wegen werden pistes waar enkel skiërs en paardensledes toegelaten zijn. Kortom, niets dan sneeuw, voor een echte adempauze.

Wat meer in het centrum van het skioord verenigt een gebouw al deze architecturale vrijheid: het hôtel des Dromonts. Dit staat voor het ontstaan van Avoriaz.

Hôtel des Dromonts (Externe link) , symbolisch gebouw

Dit avant-gardistische werk, voor sommigen in de vorm van een “dennenappel”, voor anderen een “ruimtetuig”, haalde ook zijn inspiratie uit de omringende bergen. De gevels en daken lijken samen te vallen met de helling waartegen het is gebouwd. Binnen is het de wereld op zijn kop. Ook hier doet het denken aan de ruwe, onregelmatige grond van de bergen. Hier ga je de trap bijna zijdelings op, en de balustrades buigen zich lichtvoetig naar het niets.

Op de eerste verdieping loop je zelfs over een gebogen loopbrug. Als je even rondkijkt, merk je hoe verschillend alles is. Ieder voorwerp heeft zijn eigen identiteit. Dat is wat van deze plaats een harmonieuze leefruimte maakt. Vooral de oranje kuipzetels zijn bijzonder geliefd, net als het design van de tafels en de leisteen die alomtegenwoordig is in de badkamers van het hotel. Buiten is er een panoramisch uitzicht op de vallei. En een dak is er niet. Ook daar helt de gevel op zo'n manier dat je er zelfs af zou kunnen skiën.

Avoriaz