Troyes: champagne, literatuur en … verleiding

Er zijn zo van die plekken op aarde die net iets té perfect zijn. Waarvan je niet snapt hoe het mogelijk is dat ze er zo pittoresk uitzien en zo goed bewaard zijn gebleven. Laat staan dat je begrijpt hoe ze doorheen de geschiedenis op zo veel zaken hun stempel hebben kunnen drukken. Troyes is zo’n plek.

Wie Frankrijk zegt, zegt champagne … en Lacoste. En dat maakt van Troyes in wezen het epicentrum van Frankrijk. (Oké, het is waar: wie Frankrijk zegt, zegt ook kaas, stokbrood en joie de vivre, maar dat hebben ze daar ook!)

Dat Troyes de hoofdstad is van het departement Aube, waar jaarlijks een aanzienlijk deel van de driehonderd miljoen champagneflessen vandaan komt, is geen toeval: het historisch centrum heeft de vorm van een champagnekurk. (Oké, het is waar: in werkelijkheid had het centrum die vorm al vijf eeuwen voor de monnik Dom Pérignon het met zijn goddelijke, lokale drank en bijhorende kurk naar een hoger niveau tilde.

Daarmee is de kous af

In Troyes kun je echter niet alleen vrolijk van champagne nippen, maar ook minstens even vrolijk shoppen in fabrieks- en outletwinkels, want ook op vlak van mode en textiel heeft de pittoreske stad een rijke geschiedenis. René Lacoste hield er ooit zijn eerste polo boven de doopvont, en de stad is ook de geboorteplek van de bonnetterie – sokken, stockings en andere sexy aangelegenheden.

De tijd dat in Troyes meer dan driehonderd textielfabrieken lagen, is dan al lang voorbij, de traditie wordt er nog altijd voortgezet. Meer zelfs: het Hôtel de Vauluisant – een immense, stenen woning uit de 16de eeuw – huisvest een heus bonnetteriemuseum. En ook la Maison de l’Outil (ook wel het ‘Louvre van de arbeider’ genoemd) duikt in de geschiedenis van de industrie in de stad.

De Ridders van de Ronde Tafel

Troyes is trouwens ook de geboorteplek van nog twee heel andere dingen waar de stad als vanzelfsprekend enorm trots op is: het pocketboek en de roman. Dat van het pocketboek is zeker – in het begin van de 17de eeuw kwam een drukker uit Troyes op het revolutionaire idee om reeds gepubliceerde boeken opnieuw uit te geven in klein formaat, op goedkoop papier, en vaak ook sterk ingekort en herschreven voor een groot publiek. Dat van de roman staat zo goed als vast, aangezien het eerste exemplaar wordt toegeschreven aan Chrétien de Troyes.

Met Érec et Énide tekende die op het einde van de 12de eeuw voor de eerste echte roman. Alsof dat nog niet genoeg was, stond hij met zijn epische gedichten bovendien aan de wieg van de legende van Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Toegegeven, de personages bestonden al, maar Chrétien de Troyes zette ze op legendarische wijze naar zijn hand, en zijn verhalen behoren acht eeuwen later nog altijd tot het collectief geheugen.

Oh, en over legendarische boeken gesproken: in de grote zaal van de Médiathèque van Troyes Champagne Métropole vind je de grootste en – om honderd-en-één redenen – imposantste collectie middeleeuwse manuscripten. Wie tegen nu nog niet overtuigd is dat Troyes iets heeft met boeken, zal daar na een bezoek aan de Médiathèque zélf epistels over willen schrijven.

Tijdscapsule

Champagne, Lacoste, koopjes, net geen millennium literatuur, … Voor meer kan een stad van zo’n zestigduizend inwoners nu toch niet bekend staan? Euh, toch wel. Wellicht nog het bijzonderste aan Troyes is hoe bewaard alles er eeuwen is gebleven. De stad werd tijdens de Tweede Wereldoorlog nagenoeg volledig gespaard, wat maakt dat niet alleen een schier eindeloze reeks vakwerkwoningen uit de Middeleeuwen en Renaissance er nog steeds staat – hoe schots en scheef soms ook – er liggen ook nog altijd tien (!) eeuwenoude kerken. En om dat met de nodige toeters en – vooral – bellen extra te onderstrepen, laten die allemaal samen om het uur de klokken luiden. (Geen nood weliswaar: na tien uur ’s avonds houden ze er even mee op, opdat je nog in alle rust een champagneslaapmutsje zou kunnen drinken.)

Bijkomend voordeel van het feit dat al die kerken gepreserveerd zijn gebleven, is overigens dat Troyes zich vandaag ook nog altijd de trotse eigenaar mag noemen van de grootste collectie gebrandschilderd glas van Europa. Al moet het gezegd dat de inwoners van Troyes daar werkelijk zó gek op zijn dat zelfs parkeergarages er tegenwoordig mee vol hangen. (Gelieve dus een beetje op te passen bij het achteruitrijden.)

Rock-‘n-roll (en een streepje hiphop)!

En voor mocht je je stilaan beginnen afvragen of er überhaupt wel íets 21ste-eeuws is aan Troyes: eind 2020 gaat een volledig vernieuwd museum voor moderne kunst open, en wie dit jaar nog van 21 tot 26 oktober naar het muziekfestival Nuits de Champagne trekt, treft op de affiche, naast de onstuimige Luikse rockgroep It It Anita, ook toonaangevende rappers als Lomepal en Josué aan. Kortom: champagne!

Troyes, Champagne