Wat te doen?

Ontdek
Frankrijk 

Een cultuurreis langs uitzonderlijke plekken of wandelen in de bergen. Een romantisch tripje langs een wijnroute of een boottocht met de kinderen…
Waar gaat de reis naar Frankrijk dit keer heen?

De Eerste Wereldoorlog op het Westelijke front 1914-1918

Het begin van de oorlog

Op 28 juni 1914 werd aartshertog Frans-Ferdinand, erfgenaam van de Oostenrijks-Hongaarse troon, in Sarajevo vermoord door een Servische nationalist. Dat evenement veroorzaakte een diplomatieke crisis in een Europa, waar het gevoel van nationale macht zeer groot was. Op enkele weken tijd was het continent ondergedompeld in een oorlog door het spel van militaire allianties. Op 4 augustus stonden twee kampen tegenover elkaar: de centrale keizerrijken (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) en de landen van de zogenaamde ‘Entente’ (Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en Servië). Er vormden zich twee fronten die na de eerste gevechten vastliepen in de herfst: in het oosten van de Baltische zee tot de Zwarte Zee, in het westen van de Noordzee tot Zwitserland. De oorlogvoerende partijen kwamen vast te zitten in een stellingenoorlog. Aan het westelijke front werden loopgraven aangelegd, waarbij de stellingen van beide partijen op nauwelijks enkele honderden en soms zelfs tientallen meter van elkaar lagen. Het Franse leger bezette het zuidelijke deel van de frontlijn, van de Vogezen tot de Somme en de troepen van het Britse rijk lagen verspreid van de Somme tot de Noordzee.

Het geweld van de slagvelden

De oorlog was snel geëvolueerd tot een stellingenoorlog, waarbij de artillerie, de machinegeweren en nieuwe wapens zoals gifgas de boventoon voerden. De Eerste Wereldoorlog was een keerpunt in de geschiedenis van het geweld op het slagveld. Nog nooit in de geschiedenis had de vuurkracht een dergelijke intensiteit gekend. Een voorbeeld volstaat om dat te illustreren: op 21 februari 1916 schoten de Duitsers een miljoen artilleriegranaten af op de Franse stellingen in Verdun. De soldaten waren slecht beschermd en naast de doden, viel een indrukwekkend aantal gewonden. De verwondingen waren in 70% van de gevallen te wijten aan artilleriebombardementen.

Een verstoorde maatschappij

De duur van de oorlog noopte tot de mobilisatie van de industrie, van koloniale troepen en van de hele maatschappij: de oorlog werd ‘totaal’. Doordat de oorlog langer aansleepte dan verwacht, dienden de oorlogvoerende partijen rekening te houden met nieuwe economische problemen. Om de oorlogsinspanningen vol te houden, moest er een massale productie zijn van militair materiaal en moest men de ravitaillering van leger en burgerbevolking voorzien. De mobilisatie van de mannen hield in dat zij moesten vervangen worden in hun burgeractiviteiten. Dus was men verplicht beroep te doen op de vrouwen voor een groot deel van de economische productie, zowel in de fabrieken als op de velden.
De oorlog had nog meer invloed op de economie. Tot 1914 kwam de Staat weinig tussenbeide. Maar voortaan moest de overheid een groot deel van de industriële productie organiseren en financieren: dat was de oorlogseconomie. Vanwege de groeiende uitgaven moest de Staat zijn inkomsten aandikken en deed onder meer beroep op leningen.

Het einde van de oorlog

In 1917 zorgden twee gebeurtenissen voor een keerpunt: de Amerikanen namen deel aan de oorlog op het westelijke front en de Russische revolutie maakte een einde aan de oorlog tussen Rusland en de centrale keizerrijken. In 1918 herbegon de bewegingsoorlog: het Duitse leger lanceerde grote offensieven en brak door het front. Maar de geallieerde tegenoffensieven dwongen hen terug en behaalden definitief het overwicht. Ten prooi aan een revolutie vroeg Duitsland om een wapenstilstand. Die werd getekend op 11 november, in Rethondes.

Meer
informatie