Expositie: de gouden eeuw van de Engelse schilderkunst in Musée du Luxembourg in Parijs

Het Musée du Luxembourg in Parijs wijdt een expositie aan de meesters van de Engelse schilderkunst, van Reynolds tot Turner. Een niet te missen tentoonstelling met grote meesterwerken die tijdelijk ter beschikking zijn gesteld door het Tate Britain. Te zien van 11 september 2019 tot en met 16 februari 2020.

Deze tentoonstelling is een must voor liefhebbers van de 18e-eeuwse Engelse schilderkunst. Het Musée du Luxembourg brengt een eerbetoon aan de gouden eeuw van deze artistieke stroming die halverwege de 18e eeuw opbloeide.

Oprichting van de Royal Academy of Arts

Het bewind van koning George III was bepalend voor de Britse kunst door de oprichting van de Royal Academy of Arts. Joshua Reynolds (1723 - 1792), wiens carrière op dat moment een hoogtepunt beleefde, was de eerste voorzitter. In dezelfde periode vond ook de inwijding bij de Academy van Thomas Gainsborough (1727-1788) plaats.

Als portretmeesters voegden Reynolds en Gainsborough, allebei op hun eigen manier, nieuwe visuele en slimme innovaties toe aan het genre, met respect voor de grote meesters, maar het getuigde van hun talent en vernieuwingskracht. Deze vernieuwing kreeg steun van belangrijke handelaars en industriëlen uit die tijd, en zelfs van de koning. Het toont aan hoezeer de kunst gouden tijden beleefde.

De tentoonstelling plaatst de twee portretschilders tegenover elkaar aan de hand van officiële portretten en intiemere studies van leden van de koninklijke familie of andere notabelen uit die tijd.

Van de oude naar de nieuwe generatie: Gainsborough, Reynolds, Hopper, Beechey en Lawrence

De intellectuele ambities van Reynolds contrasteerden met het ongedwongen penseel van Gainsborough. De twee waren bepalend voor de Britse kunst en stuwden de nieuwe generatie schilders naar grote hoogten. Uit een selectie belangrijke portretten van hun concurrenten en/of leerlingen, zoals John Hopper, William Beechey en Thomas Lawrence blijkt de invloed van hun twee voorgangers.

Het retrospectief haakt ook in op thema’s als verwantschap, familie en het gezinsleven, met genreschilderijen die een nieuwe kijk gaven op de kindertijd, gekenmerkt door een duidelijke ongedwongenheid en kinderlijke onschuld. Uiteindelijk lopen de stijlen uiteen vanwege de gekozen onderwerpen.

Schilderijen van het dagelijks leven en het platteland

Het bijzondere portret van Reynolds, ‘The Archers’, maakt de ongerepte natuur ondergeschikt aan een heroïsche voorstelling van de Britse leidende klasse. Gainsborough, George Stubbs en George Morland vestigen op hun beurt de aandacht op het pittoreske door het schilderen van alledaagse taferelen, vooral op het platteland.

De politieke en commerciële uitbuiting van de overzeese gebieden diende als basis voor de artistieke vooruitgang. Een deel van de tentoonstelling doet dan ook relaas van de aanwezigheid van het Britse rijk in India en de Caraïben.

De grote opkomst van aquarel

Tegelijkertijd gaat een ander deel van de tentoonstelling in op de enorme opkomst van aquarellen, waardoor veel kunstenaars zich konden profileren bij een nieuwe groep liefhebbers van dit genre. Het laatste deel van de expositie laat zien hoe Britse kunstenaars als Henri Fuseli, John Martin, P.J. De Loutherbourg en J.M.W. Turner zich volop richtten op narratieve kunst, waarmee zij de weg vrijmaakten voor het idee van kunst als ondersteuning van de verbeelding.

Het Musée du Luxembourg in Parijs op de kaart